NBW weetje #1 – AANPASSING HUWBARE LEEFTIJD
(S.B. 2024 no. 164, art. 1:31 BW)
In het Burgerlijk Wetboek is de huwbare leeftijd van zowel de man als de vrouw gesteld op 18 jaar.
Om in het huwelijk te treden is de toestemming van de ouders vereist tot de leeftijd van 21 jaar.
Voorheen was de huwbare leeftijd 17 jaar voor de mannen en 15 jaar voor de vrouwen.
NBW weetje #2 – Verlaging meerderjarige leeftijd naar 18 jaar
(S.B. 2024 no. 164, art. 1:234 BW)
Vanaf je 18e jaar ben je meerderjarig; voorheen lag die grens op 21 jaar.
Dit betekent dat je vanaf 18 jaar zelfstandig rechtshandelingen mag verrichten. Denk bijvoorbeeld aan het tekenen van een overeenkomst, het aangaan van een lening of het sluiten van een huurcontract — zonder toestemming van je ouders of voogd.
Ben je jonger dan 18 jaar? Dan ben je volgens de wet in principe nog handelingsonbekwaam en sta je onder ouderlijk gezag. Voor veel rechtshandelingen is dan toestemming van een ouder of voogd nodig.
Er geldt wel een belangrijke uitzondering: een minderjarige die getrouwd is of getrouwd is geweest, wordt door de wet als handelingsbekwaam beschouwd.
NBW Weetje #4 – Gerechtelijke vaststelling van het vaderschap
(S.B. 2024 no. 164, art. 1:207 BW)
In het Burgerlijk Wetboek is de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap geregeld. De gerechtelijke vaststelling van het vaderschap maakt het mogelijk om via de rechter juridisch te laten vaststellen wie de vader van een kind is. Dit juridisch ouderschap (ook wel ‘gedwongen erkenning’ genoemd) creëert familierechtelijke banden, inclusief het recht op kinderalimentatie.
Het verzoek kan worden gedaan door de moeder, door het kind zelf (vanaf twaalf jaar) of door het Bureau Familierechtelijke Zaken (BUFAZ).
De gerechtelijke vaststelling van het vaderschap werkt terug tot de geboorte van het kind en de rechter kan bij het beoordelen van het verzoek vragen naar een DNA test om het biologische vaderschap te bewijzen.